Succesvol antigraffitiprogramma
Het antigraffitiprogramma waar Valerie bij betrokken was startte in 2002. “De stad bereidde zich toen voor op de Olympische Spelen. Het stadsbestuur en de politie werkten voor het programma nauw samen. Diverse locaties hielden ze nauwgezet in de gaten. Ze verwijderden de aanwezige graffiti en gingen hoge boetes uitschrijven voor bedrijven die graffiti op hun pand lieten staan. Dit zorgde ervoor dat er na drie jaar 90% minder graffiti werd aangetroffen op gevels en 80% minder in steegjes. Nu die gezamenlijke inzet er niet meer is, zie je het graffitiprobleem helaas weer terugkeren.”
Minder graffiti in drie stappen
Volgens Valerie zijn drie zaken belangrijk bij het beteugelen van het graffitiprobleem: melden, registreren en verwijderen. “Het begint met het creëren van een plek waar mensen graffitischade kunnen melden. Vervolgens is het belangrijk dat tags worden gedocumenteerd. Aan de hand van een tag kun je graffitispuiters op den duur namelijk herkennen. In een stad als Amsterdam is dit alleen ondoenlijk. Amsterdam is voor graffitispuiters namelijk het Las Vegas van Europa. Daar gaan graffitispuiters naartoe voor een feestje. De mensen die je zoekt kunnen dus ook afkomstig zijn van de andere kant van de oceaan. Probeer ze dan maar eens te vinden. Dat kan alleen als door politiekorpsen wereldwijd intensief wordt samengewerkt. Hun prioriteiten liggen doorgaans ergens anders.”
Daarom is het derde punt het belangrijkst naar Valeries mening: graffitischade snel verwijderen. In een omgeving zonder graffiti voelen mensen zich namelijk veiliger. Wanneer je graffiti snel verwijdert als railbedrijf laat je reizigers bovendien zien dat je begrijpt wat belangrijk voor hen is.”
Veilig ontwerp en beheer
Naast werken volgens de drietrapsraket melden-registreren-verwijderen wijst Valerie op nog een methode die inmiddels effectief bleek om het graffitiprobleem terug te dringen: ‘crime prevention through environmental design’ of kortweg CPTED. In Nederland ‘veilig ontwerp en beheer’ genoemd. Met CPTED zorg je ervoor dat een omgeving zo wordt ontworpen, gebruikt en beheerd dat ongewenst gedrag vermindert en gewenst gedrag wordt stimuleerd. “Breng bijvoorbeeld ogen in het gebied”, licht Valerie toe. “Zorg voor overzichtelijke situaties, maak straten en paden breder en creëer zitplaatsen in het zicht. Mensen voelen zich dan veiliger, terwijl het gebied voor graffitispuiters minder aantrekkelijk wordt.”
Kleine ingreep, groot effect
Dat vandalisme bestrijden vanuit de CPTED-gedachte niet ingewikkeld hoeft te zijn illustreert Valerie met een voorbeeld uit een buurt in Vancouver: “Graffitispuiters bekladden daar vaak elektriciteitskasten en de muren in steegjes. Er is toen een bord opgehangen dat duidelijk maakt dat het gebied een speelplek voor kinderen is. Daardoor kwamen er steeds meer mensen die het belangrijk vinden dat kinderen er rustig kunnen spelen en bleven graffitispuiters uiteindelijk weg.”
Graffitispuiters ontmoedigen
Op basis van haar ervaringen geeft Valerie ook voor stationsomgevingen nog enkele praktische tips om graffitispuiters te ontmoedigen. “Laat wanden bijvoorbeeld begroeien met planten of voorzie ze van een print. Graffiti spuiten is dan minder aantrekkelijk, omdat tags op een dergelijke ondergrond niet goed zichtbaar zijn. Daarnaast kun je graffitigevoelige objecten zoals treinen, trams en bussen van antigraffitifolie voorzien.”
Steeds meer railbedrijven kiezen voor het beschermen van materieel met folie. Als een trein, tram, metro of bus van antigraffitifolie voorzien is, kan graffiti namelijk gemakkelijk worden verwijderd, met mens- en milieuvriendelijker middelen, zonder sporen op het materieel achter te laten. De folie zorgt er namelijk voor dat de conserveringslaag schadevrij blijft na het verwijderen van graffiti.